Hoe zeg je "douche" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “douche” is “ducha” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
nounA1
het armatuur of de cabine

Voorbeelden
La ducha de mi casa tiene muy poca presión.
De douche in mijn huis heeft een heel lage druk.
Necesitamos arreglar la puerta de la ducha; no cierra bien.
We moeten de douchedeur repareren; hij sluit niet goed.
Geslachtcontrole
Onthoud dat 'ducha' vrouwelijk is, dus je gebruikt er altijd 'la' of 'una' bij (bijv. 'la ducha'). In het Nederlands is 'de douche' mannelijk/vrouwelijk (de-woord).
Andere betekenissen van “ducha”
“ducha” kan ook betekenen:
- de handeling van het wassen(A1)
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.