encontraremos
“encontraremos” betekent “we zullen vinden” in het Spaans (iets ontdekken of een oplossing vinden).
we zullen vinden, we zullen elkaar ontmoeten
Ook: we gaan vinden
📝 In Actie
Si miramos con atención, encontraremos mis llaves.
A2Als we goed kijken, zullen we mijn sleutels vinden.
Nos encontraremos en la estación de tren a las seis en punto.
A2We zullen elkaar ontmoeten op het treinstation stipt om zes uur.
Estamos seguros de que encontraremos una solución antes del lunes.
B1We zijn er zeker van dat we voor maandag een oplossing zullen vinden.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: encontraremos
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'encontraremos' correct om 'We zullen elkaar ontmoeten' te betekenen?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Komt van het vulgair Latijn *incontrāre*, dat is opgebouwd uit het voorvoegsel 'in-' (wat 'in' of 'op' betekent) en de stam *contra* (wat 'tegen' of 'tegengesteld' betekent). De oorspronkelijke betekenis was 'iemand tegenkomen' of 'op iets stuiten'.
Eerste vermelding: Medieval Spanish
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Waarom is 'encontraremos' regelmatig, terwijl de tegenwoordige tijd ('encuentro') onregelmatig is?
De Spaanse toekomende tijd is erg behulpzaam! Hij vormt zijn vervoegingen door uitgangen aan het hele infinitief ('encontrar') vast te plakken. Dit betekent dat de lastige klinkerwisseling (o naar ue) die in de tegenwoordige tijd optreedt, volledig wordt genegeerd in de toekomst. De toekomende tijd van 'encontrar' wordt als regelmatig beschouwd.
Betekent 'encontraremos' altijd een vast plan?
Niet altijd. Hoewel het meestal een vast toekomstplan betekent ('We zullen X vinden'), kan de Spaanse toekomende tijd ook gebruikt worden om waarschijnlijkheid of vermoeden over het heden uit te drukken ('Waar zouden ze zijn?'). Bijvoorbeeld: '¿Dónde estarán? Encontraremos a los niños en el parque' (We zullen de kinderen waarschijnlijk in het park vinden).