está
“está” betekent “is” in het Spaans. Het heeft 3 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
is
Ook: zijn
📝 In Actie
El baño está a la derecha.
A1De badkamer is rechts.
¿Dónde está mi teléfono?
A1Waar is mijn telefoon?
Mis amigos están en el parque.
A1Mijn vrienden zijn in het park.
is
Ook: voelt, ziet eruit, smaakt
📝 In Actie
Estoy feliz hoy.
A1Ik ben vandaag blij.
La sopa está muy caliente.
A1De soep is erg heet.
La ventana está abierta.
A2Het raam is open.
is
Ook: zijn
📝 In Actie
Él está leyendo un libro.
A2Hij is een boek aan het lezen.
Estoy trabajando ahora mismo.
A2Ik ben nu aan het werk.
Los niños están jugando afuera.
A2De kinderen zijn buiten aan het spelen.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "está" in het Spaans:
smaakt→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: está
Vraag 1 van 1
Welke zin is correct om te zeggen 'De appel is groen' als je bedoelt dat hij nog niet rijp is?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse woord 'stāre', wat 'staan' betekent. Je ziet de connectie in hoe 'estar' wordt gebruikt voor positie, locatie en de staat waarin iets 'staat'.
Eerste vermelding: Around the 10th century.
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'está' en 'esta' (zonder accent)?
Het accentteken is super belangrijk! 'Está' (met accent) is het werkwoord 'is/zijn' van 'estar'. 'Esta' (zonder accent) betekent 'deze' en wordt gebruikt om naar een vrouwelijk zelfstandig naamwoord te verwijzen, zoals 'esta casa' (dit huis).
Wanneer gebruik ik 'está' en wanneer gebruik ik 'es'?
Dit is de grote vraag in het Spaans! Een simpele regel is: gebruik 'está' voor hoe dingen zijn (tijdelijke condities, locaties, gevoelens) en gebruik 'es' voor wat dingen zijn (permanente eigenschappen, identiteit, beroep, afkomst). Bijvoorbeeld, 'Estoy aburrido' (Ik verveel me nu), maar 'Soy aburrido' (Ik ben een saai persoon).


