está
es-TAH
/esˈta/
Net als een speld op een kaart, vertelt 'está' je waar iemand of iets zich bevindt.
📝 In Actie
El baño está a la derecha.
A1De badkamer is rechts.
¿Dónde está mi teléfono?
A1Waar is mijn telefoon?
Mis amigos están en el parque.
A1Mijn vrienden zijn in het park.
💡 Grammaticapunten
Gebruik 'Estar' voor Locatie
Om te zeggen waar iets of iemand is, gebruik je altijd een vorm van 'estar', nooit 'ser'. Dit geldt zelfs als de locatie permanent is, zoals een stad in een land. In het Nederlands gebruiken we 'zijn' voor beide, maar in het Spaans is dit onderscheid cruciaal.
❌ Veelgemaakte Fouten
Gebruik van 'Ser' voor Locatie
Fout: “Madrid es en España.”
Correctie: Madrid está en España. Onthoud de regel: voor locatie kies je altijd 'estar'!
⭐ Gebruikstips
De 'PLAATS' Regel
Een handige geheugensteun voor wanneer je 'estar' moet gebruiken, is het acroniem PLAATS (Positie, Locatie, Actie, Conditie, Emotie). Dit betekent dat de 'L' voor Locatie hieronder valt.

'Está' beschrijft hoe iets nu is, zoals deze koffie die heet is. Deze toestand kan veranderen!
está(Werkwoord)
is
?toestand, gevoel
voelt
?emotion
,ziet eruit
?temporary appearance
,smaakt
?food quality
📝 In Actie
Estoy feliz hoy.
A1Ik ben vandaag blij.
La sopa está muy caliente.
A1De soep is erg heet.
La ventana está abierta.
A2Het raam is open.
💡 Grammaticapunten
Gebruik 'Estar' voor Tijdelijke Staten & Condities
Als je iets beschrijft dat kan veranderen – zoals een stemming, een fysiek gevoel, of de toestand van een object (heet, koud, open, gesloten) – moet je 'estar' gebruiken. Dit contrasteert met 'ser', dat permanente eigenschappen beschrijft.
❌ Veelgemaakte Fouten
Gebruik van 'Ser' voor Gevoelens
Fout: “Soy cansado.”
Correctie: Estoy cansado. Moe zijn is een tijdelijke toestand, geen permanent onderdeel van wie je bent, dus je gebruikt 'estar'.
⭐ Gebruikstips
Hoe je voelt versus Hoe je bent
Denk eraan: 'ser' is voor wat iets is (permanent, identiteit), terwijl 'estar' is voor hoe iets is (tijdelijke toestand). De vraag '¿Cómo estás?' (Hoe gaat het met je?) wordt beantwoord met 'Estoy bien' (Het gaat goed met mij).

'Está' werkt samen met een actiewerkwoord (zoals 'rennen') om te praten over wat er nu gebeurt.
está(Werkwoord)
is
?met een '-ing' werkwoord (Nederlands: aan het + infinitief)
zijn
?with an '-ing' verb (plural)
📝 In Actie
Él está leyendo un libro.
A2Hij is een boek aan het lezen.
Estoy trabajando ahora mismo.
A2Ik ben nu aan het werk.
Los niños están jugando afuera.
A2De kinderen zijn buiten aan het spelen.
💡 Grammaticapunten
De 'Nu'-Tijd (Presente Progresivo)
Dit is hoe je zegt dat iets op dit moment gebeurt. Je combineert een vorm van 'estar' (zoals está, estoy, etc.) met een hoofdwerkwoord dat eindigt op -ando of -iendo. Dit komt overeen met de Nederlandse constructie 'aan het + infinitief' (bv. 'Ik ben aan het eten').
❌ Veelgemaakte Fouten
Het weglaten van 'estar'
Fout: “Yo trabajando.”
Correctie: Yo estoy trabajando. In het Nederlands zeg je 'Ik werk' of 'Ik ben aan het werken'. In het Spaans kun je 'estoy' niet weglaten als je de progressieve vorm gebruikt!
⭐ Gebruikstips
De 'Nu'-Test
Als je 'nu' of 'op dit moment' aan je Nederlandse zin kunt toevoegen en deze nog steeds logisch is ('Hij is nu een boek aan het lezen'), gebruik je bijna altijd deze 'estar' + '-ando/-iendo' vorm in het Spaans.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: está
Vraag 1 van 1
Welke zin is correct om te zeggen 'De appel is groen' als je bedoelt dat hij nog niet rijp is?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'está' en 'esta' (zonder accent)?
Het accentteken is super belangrijk! 'Está' (met accent) is het werkwoord 'is/zijn' van 'estar'. 'Esta' (zonder accent) betekent 'deze' en wordt gebruikt om naar een vrouwelijk zelfstandig naamwoord te verwijzen, zoals 'esta casa' (dit huis).
Wanneer gebruik ik 'está' en wanneer gebruik ik 'es'?
Dit is de grote vraag in het Spaans! Een simpele regel is: gebruik 'está' voor hoe dingen zijn (tijdelijke condities, locaties, gevoelens) en gebruik 'es' voor wat dingen zijn (permanente eigenschappen, identiteit, beroep, afkomst). Bijvoorbeeld, 'Estoy aburrido' (Ik verveel me nu), maar 'Soy aburrido' (Ik ben een saai persoon).