estuvo
“estuvo” betekent “was” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
was
Ook: hij was / zij was / u was
📝 In Actie
Mi hermana estuvo en la playa ayer.
A1Mijn zus was gisteren op het strand.
El libro estuvo sobre la mesa, pero ya no.
A2Het boek lag op tafel, maar nu niet meer.
¿Usted estuvo en la reunión del lunes?
A2Was u maandag op de vergadering?
was
Ook: het was
📝 In Actie
Él estuvo muy cansado después del partido.
A1Hij was erg moe na de wedstrijd.
La sopa estuvo deliciosa, gracias.
A2De soep was heerlijk, dank je.
La puerta estuvo cerrada toda la mañana.
A2De deur was de hele ochtend gesloten.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: estuvo
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'estuvo' correct?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
'Estuvo' komt van het werkwoord 'estar', dat teruggaat tot het Latijnse woord 'stāre', wat 'staan' betekent. In de loop van de tijd evolueerde het idee van 'ergens staan' naar 'ergens zijn' of 'in een bepaalde toestand zijn'.
Eerste vermelding: Forms of 'estar' appear in the earliest written Spanish texts, around the 10th century.
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'estuvo' en 'estaba'?
Zie het zo: 'estuvo' is voor een actie of toestand met een duidelijk begin en einde, als een momentopname. 'Mi jefe estuvo en la oficina por dos horas' (Mijn baas was twee uur op kantoor). 'Estaba' is voor het beschrijven van een scène of een voortdurende actie in het verleden, als een afspelende video. 'Hacía sol y los pájaros cantaban; yo estaba feliz' (Het scheen en de vogels zongen; ik was gelukkig).
Wanneer gebruik ik 'estuvo' versus 'fue'?
Het is het klassieke verschil tussen 'estar' versus 'ser', maar dan in het verleden. Gebruik 'estuvo' voor tijdelijke toestanden en locaties (hoe je bent, waar je bent). 'Ella estuvo cansada' (Zij was moe). 'Ella estuvo en Chile' (Zij was in Chili). Gebruik 'fue' voor permanente kenmerken en identiteit (wat je bent, wie je bent). 'La película fue aburrida' (De film was saai - de essentiële kwaliteit ervan). 'Ella fue mi profesora' (Zij was mijn lerares - haar identiteit/rol).
Naar wie verwijst 'estuvo'?
'Estuvo' kan naar drie verschillende personen verwijzen: 'él' (hij), 'ella' (zij), of 'usted' (u, formeel). Je kunt meestal afleiden wie het is uit de rest van de zin. Bijvoorbeeld, 'Juan estuvo aquí' verwijst naar 'él' (hij).

