Inklingo

hablarlo

ah-BLAR-lohaˈβlaɾlo

hablarlo betekent het spreken ervan in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

het spreken ervan

Ook: het zeggen ervan
WerkwoordA1regular with attached pronoun ar
Een persoon met een tekstballon met een kleurrijke wereldbol, wat het spreken van een wereldtaal symboliseert.
gerundhablándolo
past Participlehablado
infinitivehablarlo

📝 In Actie

Estudio español pero todavía no puedo hablarlo bien.

A1

Ik studeer Spaans maar ik kan het nog niet goed spreken.

Si sabes el secreto, no puedes hablarlo con nadie.

A2

Als je het geheim weet, mag je er met niemand over praten.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • decirlo (het zeggen ervan)
  • expresarlo (het uiten ervan)

Antoniemen

  • callarlo (het zwijgen opleggen)

Veelvoorkomende Collocaties

  • poder hablarlohet kunnen spreken
  • intentar hablarloproberen het te spreken

het bespreken ervan

Ook: het bespreken ervan
Twee mensen zitten op een bankje in het park en hebben een rustig gesprek om een situatie op te lossen.

📝 In Actie

Tenemos un problema, debemos hablarlo mañana.

A2

We hebben een probleem; we moeten het morgen bespreken.

Es una decisión importante, prefiero hablarlo con mi familia.

B1

Het is een belangrijke beslissing; ik bespreek het liever met mijn familie.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • discutirlo (het bespreken ervan)
  • tratarlo (het behandelen/bespreken ervan)

Veelvoorkomende Collocaties

  • hablarlo en personahet persoonlijk bespreken
  • hablarlo con calmahet rustig bespreken

🔄 Vervoegingen

subjunctive

imperfect

ellos/ellas/ustedeslo hablaran
yolo hablara
lo hablaras
vosotroslo hablarais
nosotroslo habláramos
él/ella/ustedlo hablara

present

ellos/ellas/ustedeslo hablen
yolo hable
lo hables
vosotroslo habléis
nosotroslo hablemos
él/ella/ustedlo hable

indicative

preterite

ellos/ellas/ustedeslo hablaron
yolo hablé
lo hablaste
vosotroslo hablasteis
nosotroslo hablamos
él/ella/ustedlo habló

imperfect

ellos/ellas/ustedeslo hablaban
yolo hablaba
lo hablabas
vosotroslo hablabais
nosotroslo hablábamos
él/ella/ustedlo hablaba

present

ellos/ellas/ustedeslo hablan
yolo hablo
lo hablas
vosotroslo habláis
nosotroslo hablamos
él/ella/ustedlo habla

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: hablarlo

Vraag 1 van 2

Welke zin betekent 'Ik wil het spreken'?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Van het werkwoord 'hablar' (afgeleid van het Latijnse 'fabulari', wat kletsen betekent) gecombineerd met het voornaamwoord 'lo' (afgeleid van het Latijnse 'illum').

Eerste vermelding: 13th century (as part of the evolution of object pronouns attaching to infinitives)

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: falá-loItalian: parlarlo

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Is 'hablarlo' één woord of twee?

Het wordt als één woord geschreven wanneer het voornaamwoord 'lo' aan de infinitief is vastgemaakt, maar het functioneert als een werkwoord plus een object.

Mag ik 'lo hablar' zeggen?

Nee, als het werkwoord in de infinitief staat (spreken), moet de 'lo' aan het einde staan (hablarlo) of vóór een hulpwerkwoord (lo quiero hablar).