Inklingo

irás

ee-RAHS/iˈɾas/

irás betekent jij zult gaan in het Spaans (toekomstige beweging of reis (tú)).

jij zult gaan

Ook: jij gaat gaan
WerkwoordA1irregular ir
Een eenvoudige kinderboekillustratie van een klein gestileerd kind dat op een kronkelend zandpad staat, met een rode rugzak om en gretig naar een verre groene heuvel kijkt, wat de intentie om te reizen visualiseert.
infinitiveir
gerundyendo
past Participleido

📝 In Actie

Mañana irás a la playa con tus amigos.

A1

Morgen ga jij met je vrienden naar het strand.

¿A dónde irás después de terminar la escuela?

A2

Waar ga jij heen nadat je met school klaar bent?

Si no te apuras, irás tarde a la reunión.

B1

Als je je niet haast, zul je te laat op de vergadering komen.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • viajarás (jij zult reizen)
  • moverte (jezelf verplaatsen)

Antoniemen

  • vendrás (jij zult komen)
  • quedarás (jij zult blijven)

Veelvoorkomende Collocaties

  • irás lejosjij zult ver komen (succesvol zijn)
  • irás de comprasjij gaat winkelen

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedva
yovoy
vas
ellos/ellas/ustedesvan
nosotrosvamos
vosotrosvais

imperfect

él/ella/ustediba
yoiba
ibas
ellos/ellas/ustedesiban
nosotrosíbamos
vosotrosibais

preterite

él/ella/ustedfue
yofui
fuiste
ellos/ellas/ustedesfueron
nosotrosfuimos
vosotrosfuisteis

subjunctive

present

él/ella/ustedvaya
yovaya
vayas
ellos/ellas/ustedesvayan
nosotrosvayamos
vosotrosvayáis

imperfect

él/ella/ustedfuera/fuese
yofuera/fuese
fueras/fueses
ellos/ellas/ustedesfueran/fuesen
nosotrosfuéramos/fuésemos
vosotrosfuerais/fueseis

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: irás

Vraag 1 van 1

Welke zin gebruikt 'irás' correct?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
serásharás
📚 Etymologie

Komt van het Latijnse werkwoord *ire*, wat 'gaan' betekent. In de loop van de tijd vormde de Spaanse toekomende tijd zich door de infinitief te combineren met vormen van het werkwoord *haber* (hebben), maar deze structuur vereenvoudigde uiteindelijk tot de moderne, uit één woord bestaande toekomende tijden zoals *irás*.

Eerste vermelding: Old Spanish (around 10th-11th century)

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: irásItalian: andrai

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'irás' en 'vas a ir'?

Beide betekenen 'jij zult gaan'. 'Irás' (Simpele Toekomende Tijd) is iets formeler of geschikter voor langetermijnvoorspellingen. 'Vas a ir' (Omweg-toekomende tijd, letterlijk 'jij bent van plan te gaan') is veel gebruikelijker in het dagelijkse, informele Spaans voor plannen in de nabije toekomst.

Wanneer moet ik 'irás' gebruiken in plaats van 'irá'?

Gebruik 'irás' wanneer je informeel tegen één persoon spreekt (tú). Gebruik 'irá' wanneer je over een derde persoon spreekt (hij/zij) of wanneer je formeel tegen één persoon spreekt (usted).