irás
“irás” betekent “jij zult gaan” in het Spaans (toekomstige beweging of reis (tú)).
jij zult gaan
Ook: jij gaat gaan
📝 In Actie
Mañana irás a la playa con tus amigos.
A1Morgen ga jij met je vrienden naar het strand.
¿A dónde irás después de terminar la escuela?
A2Waar ga jij heen nadat je met school klaar bent?
Si no te apuras, irás tarde a la reunión.
B1Als je je niet haast, zul je te laat op de vergadering komen.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: irás
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'irás' correct?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse werkwoord *ire*, wat 'gaan' betekent. In de loop van de tijd vormde de Spaanse toekomende tijd zich door de infinitief te combineren met vormen van het werkwoord *haber* (hebben), maar deze structuur vereenvoudigde uiteindelijk tot de moderne, uit één woord bestaande toekomende tijden zoals *irás*.
Eerste vermelding: Old Spanish (around 10th-11th century)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'irás' en 'vas a ir'?
Beide betekenen 'jij zult gaan'. 'Irás' (Simpele Toekomende Tijd) is iets formeler of geschikter voor langetermijnvoorspellingen. 'Vas a ir' (Omweg-toekomende tijd, letterlijk 'jij bent van plan te gaan') is veel gebruikelijker in het dagelijkse, informele Spaans voor plannen in de nabije toekomst.
Wanneer moet ik 'irás' gebruiken in plaats van 'irá'?
Gebruik 'irás' wanneer je informeel tegen één persoon spreekt (tú). Gebruik 'irá' wanneer je over een derde persoon spreekt (hij/zij) of wanneer je formeel tegen één persoon spreekt (usted).