lástima
“lástima” betekent “medelijden” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
medelijden, jammer
Ook: compassie, spijt
📝 In Actie
Le di algo de dinero por lástima, se veía muy triste.
A2Ik gaf hem wat geld uit medelijden; hij zag er erg verdrietig uit.
Siento lástima por la gente que tiene que trabajar en la calle bajo la lluvia.
B1Ik heb medelijden met de mensen die in de regen op straat moeten werken.
Wat jammer!, Dat is jammer
Ook: Balen, Wat een teleurstelling
📝 In Actie
¡Qué lástima! Se nos acabó la pizza antes de que llegaras.
A2Wat jammer! We hadden geen pizza meer voordat jij er was.
Es una lástima que no exista una solución fácil.
B1Het is jammer dat er geen gemakkelijke oplossing bestaat.
Lástima que el concierto haya sido cancelado.
B2Balen dat het concert geannuleerd was.
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: lástima
Vraag 1 van 1
Welke van deze zinnen gebruikt 'lástima' om spijt of teleurstelling uit te drukken?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Het woord komt van het werkwoord 'lastimar' (pijn doen). Dit werkwoord stamt op zijn beurt af van het Latijnse woord 'laesitare', wat 'slaan' of 'verwonden' betekent. 'Lástima' betekent dus letterlijk 'een wond' of 'een gekwetst gevoel' dat wordt overgedragen op iemand anders.
Eerste vermelding: 13th century (in its verb form)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is 'pena' of 'lástima' gebruikelijker als je 'Wat jammer' zegt?
Beide zijn extreem gebruikelijk en vaak door elkaar te gebruiken! '¡Qué pena!' wordt misschien breder gebruikt in verschillende regio's van Latijns-Amerika. '¡Qué lástima!' wordt ook universeel begrepen en vaak gebruikt, vooral als het gaat om een teleurstelling of tegenslag.
Hoe is 'lástima' gerelateerd aan het Nederlandse woord 'last'?
Ze zijn totaal niet verwant. 'Lástima' komt van Latijnse woorden die 'letsel' of 'pijn' betekenen, terwijl het Nederlandse woord 'last' afkomstig is van Germaanse wortels die te maken hebben met 'dragen' of 'bezwaring'.

