perdí
“perdí” betekent “Ik verloor” in het Spaans. Het heeft 3 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

📝 In Actie
¡Qué pena, perdí mis llaves en el parque!
A1Wat jammer, ik ben mijn sleutels in het park kwijtgeraakt!
Ayer compré un billete de lotería y perdí todo mi dinero.
A2Gisteren kocht ik een loterijticket en ik heb al mijn geld verloren.

📝 In Actie
Jugué contra el campeón de ajedrez y, como era de esperar, perdí.
A2Ik speelde tegen de schaakkampioen en, zoals verwacht, ik verloor.
No importa que perdí, me divertí mucho en el torneo.
A2Het maakt niet uit dat ik verloor, ik heb veel plezier gehad in het toernooi.

📝 In Actie
Llegué cinco minutos tarde al aeropuerto y perdí el vuelo.
B1Ik kwam vijf minuten te laat op de luchthaven aan en miste de vlucht.
Tenía una gran oportunidad de trabajo, pero la perdí.
B1Ik had een geweldige baankans, maar ik heb hem gemist.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "perdí" in het Spaans:
ik verloor→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: perdí
Vraag 1 van 1
Welke van deze zinnen gebruikt 'perdí' correct om aan te geven dat je een vervoermiddel hebt gemist?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Het infinitief 'perder' komt van het Latijnse werkwoord 'perdere', wat 'ruïneren' of 'weggooien' betekende. In de loop van de tijd verschoof de betekenis voornamelijk naar 'niet kunnen behouden' of 'verlies lijden'.
Eerste vermelding: Old Spanish texts (c. 13th century)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Waarom wordt 'perdí' beschouwd als deel van een onregelmatig werkwoord als het er in de verleden tijd regelmatig uitziet?
Het werkwoord 'perder' wordt als onregelmatig beschouwd omdat de stam verandert in de tegenwoordige tijd (bijv. yo *pierdo*). Echter, wanneer je de simpele verleden tijd ('perdí') gebruikt, verdwijnt de stamwisseling en gedraagt het zich precies als een regulier '-er' werkwoord! Dus 'perdí' zelf is een heel gemakkelijke vorm om te leren.
Als ik 'ik ben verdwaald' wil zeggen, moet ik dan 'perdí' gebruiken?
Nee. Als je het hebt over verdwalen of de weg kwijtraken, heb je de reflexieve vorm nodig, 'perderse'. In de verleden tijd zeg je 'Me perdí' (Ik ben verdwaald) of 'Me perdí en la ciudad' (Ik ben verdwaald in de stad).


