tenía
“tenía” betekent “had” in het Spaans. Het heeft 4 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
had
Ook: vroeger had
📝 In Actie
Cuando era niño, tenía un perro llamado Fido.
A2Toen ik een kind was, had ik een hond genaamd Fido.
Ella tenía el pelo muy largo antes.
A2Zij had vroeger heel lang haar.
La casa tenía un jardín grande.
A2Het huis had een grote tuin.
was

📝 In Actie
Cuando nos conocimos, yo tenía veinte años.
A2Toen we elkaar ontmoetten, was ik twintig jaar oud.
¿Cuántos años tenía el emperador cuando murió?
B1Hoe oud was de keizer toen hij stierf?
was
Ook: voelde
📝 In Actie
No desayuné, así que tenía mucha hambre.
A2Ik heb niet ontbeten, dus ik had veel honger.
El niño tenía sueño y quería ir a la cama.
A2Het kind was slaperig en wilde naar bed gaan.
Tenía miedo de la oscuridad cuando era pequeño.
B1Ik was bang voor het donker toen ik klein was.
moest

📝 In Actie
Tenía que terminar mi tarea antes de salir.
A2Ik moest mijn huiswerk afmaken voordat ik wegging.
Llovía mucho, así que teníamos que cancelar el pícnic.
B1Het regende veel, dus we moesten de picknick annuleren.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: tenía
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'tenía' correct om een achtergrondsituatie in een verhaal te beschrijven?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
'Tenía' komt van het werkwoord 'tener', dat teruggaat op het Latijnse woord 'tenēre', wat 'houden, bewaren, bezitten' betekent. De '-ía' uitgang is de standaard Latijnse naar Spaanse ontwikkeling voor dit type verleden tijd (de onvoltooid verleden tijd/Imperfecto).
Eerste vermelding: Evolved from Vulgar Latin, present in Old Spanish texts.
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'tenía' en 'tuve'? Ze betekenen allebei 'ik had'.
Goede vraag! Het gaat om hoe je de actie in het verleden bekijkt. Gebruik 'tenía' voor beschrijvingen, gewoonten of voortdurende situaties in het verleden ('Cuando era niño, tenía un perro' - Toen ik een kind was, had ik een hond). Gebruik 'tuve' voor een specifieke, voltooide gebeurtenis ('Ayer, tuve un examen' - Gisteren had ik een examen). Denk aan 'tenía' als de achtergrond van een verhaal, en 'tuve' als de hoofdactie die plaatsvindt.



