Hoe zeg je "blauw" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “blauw” is “azul” — gebruik 'azul' als je verwijst naar de kleur blauw als eigenschap van een enkelvoudig zelfstandig naamwoord, of als de kleur zelf als abstract concept..
azul
ah-SOOL (Latin America) / ah-THOOL (Spain)/aˈθul/

Voorbeelden
El cielo está azul hoy.
De lucht is vandaag blauw.
El mar Caribe es de un color azul turquesa impresionante.
De Caribische Zee heeft een indrukwekkende turkooisblauwe kleur.
Necesito comprar una camisa azul para la fiesta de mañana.
Ik moet een blauw shirt kopen voor het feest van morgen.
Las flores azules de mi jardín son las favoritas de mi madre.
De blauwe bloemen in mijn tuin zijn de lievelingskleur van mijn moeder.
Geslacht is onveranderlijk!
In tegenstelling tot de meeste Spaanse bijvoeglijke naamwoorden, ziet 'azul' er precies hetzelfde uit, ongeacht of het een mannelijk woord (el coche azul) of een vrouwelijk woord (la casa azul) beschrijft. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we 'de blauwe auto' en 'de blauwe tafel' hebben, maar in het Spaans blijft het bijvoeglijk naamwoord onveranderd.
Meervoud maken
Om meer dan één ding te beschrijven, voeg je -es toe om het 'azules' te maken (bijv. Las luces azules están encendidas). Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands '-e' toevoegen aan bijvoeglijke naamwoorden in het meervoud, maar de basisvorm blijft 'azul'.
Kleuren als zelfstandige naamwoorden
Wanneer we naar kleuren verwijzen als dingen of concepten, worden ze altijd behandeld als mannelijke zelfstandige naamwoorden, dus je gebruikt altijd 'el': 'El azul es un color frío'. Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands 'Blauw is een koele kleur' zeggen, waarbij 'blauw' het onderwerp is.
Behandelen als een regulier bijvoeglijk naamwoord
Fout: “El mar azula. / La bandera azulá.”
Correctie: Het bijvoeglijk naamwoord 'azul' verandert zijn uitgang NOOIT naar -o of -a om overeen te komen met het geslacht van het zelfstandig naamwoord. Het is altijd 'azul': 'El coche azul' en 'La mesa azul'. Dit is een veelvoorkomende fout voor Nederlandstaligen die gewend zijn aan geslachtelijke overeenkomst in het Spaans (zoals bij 'un coche rojo' vs. 'una casa roja').
azul
ah-SOOL (Latin America) / ah-THOOL (Spain)/aˈθul/

Voorbeelden
Me gusta el azul marino.
Ik hou van marineblauw.
El mar Caribe es de un color azul turquesa impresionante.
De Caribische Zee heeft een indrukwekkende turkooisblauwe kleur.
Necesito comprar una camisa azul para la fiesta de mañana.
Ik moet een blauw shirt kopen voor het feest van morgen.
Las flores azules de mi jardín son las favoritas de mi madre.
De blauwe bloemen in mijn tuin zijn de lievelingskleur van mijn moeder.
Geslacht is onveranderlijk!
In tegenstelling tot de meeste Spaanse bijvoeglijke naamwoorden, ziet 'azul' er precies hetzelfde uit, ongeacht of het een mannelijk woord (el coche azul) of een vrouwelijk woord (la casa azul) beschrijft. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we 'de blauwe auto' en 'de blauwe tafel' hebben, maar in het Spaans blijft het bijvoeglijk naamwoord onveranderd.
Meervoud maken
Om meer dan één ding te beschrijven, voeg je -es toe om het 'azules' te maken (bijv. Las luces azules están encendidas). Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands '-e' toevoegen aan bijvoeglijke naamwoorden in het meervoud, maar de basisvorm blijft 'azul'.
Kleuren als zelfstandige naamwoorden
Wanneer we naar kleuren verwijzen als dingen of concepten, worden ze altijd behandeld als mannelijke zelfstandige naamwoorden, dus je gebruikt altijd 'el': 'El azul es un color frío'. Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands 'Blauw is een koele kleur' zeggen, waarbij 'blauw' het onderwerp is.
Behandelen als een regulier bijvoeglijk naamwoord
Fout: “El mar azula. / La bandera azulá.”
Correctie: Het bijvoeglijk naamwoord 'azul' verandert zijn uitgang NOOIT naar -o of -a om overeen te komen met het geslacht van het zelfstandig naamwoord. Het is altijd 'azul': 'El coche azul' en 'La mesa azul'. Dit is een veelvoorkomende fout voor Nederlandstaligen die gewend zijn aan geslachtelijke overeenkomst in het Spaans (zoals bij 'un coche rojo' vs. 'una casa roja').
azules
/ah-ZOO-less//aˈθules/

Voorbeelden
Tengo dos camisas azules.
Ik heb twee blauwe hemden.
Las flores son azules y rojas.
De bloemen zijn blauw en rood.
Necesito unos pantalones azules para el trabajo.
Ik heb een blauwe broek nodig voor het werk.
El cielo y el mar, ambos son azules en verano.
De lucht en de zee zijn beide blauw in de zomer.
Meervoud maken
Aangezien het enkelvoudige woord 'azul' eindigt op de letter 'l' (een medeklinker), moet je '-es' toevoegen om het meervoud te maken, wat resulteert in 'azules'.
Adjectiefcongruentie
Omdat 'azules' meervoud is, moet het altijd een meervoudig zelfstandig naamwoord beschrijven, ongeacht of dat zelfstandig naamwoord mannelijk ('los zapatos azules') of vrouwelijk is ('las camisas azules').
Onjuiste meervoudsvorming
Fout: “Las casas azul.”
Correctie: Las casas azules. (Je moet overeenkomen met het getal van het zelfstandig naamwoord.)
Enkelvoud versus meervoud
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

