Hoe zeg je "het meebrengen" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “het meebrengen” is “traerlo” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Necesitas comprar el pastel y luego traerlo a mi casa.
Je moet de taart kopen en hem dan naar mijn huis meebrengen.
No puedo dejarlo, tengo que traerlo conmigo.
Ik kan hem niet achterlaten, ik moet hem meenemen.
Si lo olvidas, tendrás que volver a traerlo.
Als je het vergeet, moet je terugkomen om het mee te brengen.
Structuur: Werkwoord + Voorwerp
'Traerlo' is het werkwoord 'traer' (meebrengen) gecombineerd met het voornaamwoord 'lo' (het/hem). Deze structuur komt alleen voor als 'traer' in zijn basisvorm staat (infinitief, gerundium of bevestigend gebiedende wijs).
Plaatsingsregel voor Voornaamwoorden
Wanneer de actie nog moet gebeuren (zoals na 'quiero' of 'necesito'), kleeft het voornaamwoord ('lo') altijd vast aan het einde van het basiswerkwoord, waardoor één woord ontstaat: 'traerlo'.
Alleen Mannelijk
Het 'lo'-gedeelte betekent dat het object dat je meebrengt enkelvoudig en mannelijk is (zoals 'el teléfono' of 'el perro'). Als je een vrouwelijk object zou meebrengen (zoals 'la maleta'), zou je 'traerla' gebruiken.
Plaatsing verwarren
Fout: “Quiero lo traer.”
Correctie: Quiero traerlo. (Wanneer je twee werkwoorden gebruikt, kan het voornaamwoord vóór het eerste werkwoord staan, of vastgeplakt aan het einde van het tweede werkwoord.)
Onregelmatigheid van het basiswerkwoord vergeten
Fout: “Yo traerlo.”
Correctie: Yo quiero traerlo. (Onthoud dat als 'traer' het hoofdvervoegde werkwoord is, het onregelmatig is: 'Yo traigo'.)
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.