Inklingo

Hoe zeg je "belg" in het Spaans

Het Spaanse woord voorbelgis belgaA2 niveau.

Dutch → SpaansA2

belga

nounA2
Een persoon uit België
Een persoon die een sjaal draagt met zwart, geel en rode strepen, staand voor een traditioneel Europees herenhuis.

Voorbeelden

Mi mejor amigo es un belga muy amable.

Mijn beste vriend is een zeer vriendelijke Belgische man.

Los belgas que conocimos hablan tres idiomas.

De Belgen die we ontmoetten spreken drie talen.

Una belga ganó la competencia de ciclismo.

Een Belgische vrouw won de wielerwedstrijd.

Personen Identificeren

Gebruik 'un belga' voor een man en 'una belga' voor een vrouw. Het woord zelf verandert niet, alleen het lidwoord ervoor ('un' of 'una').

De Landnaam Gebruiken

Fout:Él es de Bélgica (correct), maar zeg niet 'Él es Bélgica'.

Correctie: Zeg 'Él es belga' (Hij is Belg) of 'Él es de Bélgica' (Hij komt uit België).

Gerelateerde vertalingen

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.