Hoe zeg je "belgisch" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “belgisch” is “belga” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
El chocolate belga es mi favorito.
De Belgische chocolade is mijn favoriet.
Ella tiene la nacionalidad belga.
Ze heeft de Belgische nationaliteit.
Me encanta la arquitectura belga de Brujas.
Ik hou van de Belgische architectuur van Brugge.
Eén Uitgang voor Beide Geslachten
In tegenstelling tot veel Spaanse bijvoeglijke naamwoorden, verandert 'belga' niet naar 'belgo' voor mannen. Het blijft 'belga', of je nu over een man of een vrouw praat.
Plaatsing Na het Zelfstandig Naamwoord
Wanneer je iets als Belgisch beschrijft, plaats 'belga' dan na het woord dat je beschrijft, zoals 'el queso belga' (de Belgische kaas).
Vermijd 'Belgo'
Fout: “Un hombre belgo.”
Correctie: Un hombre belga. Ook al eindigt het op -a, het wordt voor alle geslachten gebruikt.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.