Inklingo

Hoe zeg je "beschuldigen" in het Spaans

Het meest gebruikte Spaanse woord voorbeschuldigenis acusargebruik 'acusar' wanneer je formeel of met een sterke overtuiging beweert dat iemand iets verkeerds heeft gedaan, vaak in een juridische of serieuze context..

Dutch → Spaans

acusar

/ah-koo-SAHR//akuˈsaɾ/

verbA2neutraal
Gebruik 'acusar' wanneer je formeel of met een sterke overtuiging beweert dat iemand iets verkeerds heeft gedaan, vaak in een juridische of serieuze context.
Een kind wijst naar een ander kind dat naast een omgevallen pot met koekjes staat.

Voorbeelden

El testigo acusó al sospechoso de robo.

De getuige beschuldigde de verdachte van diefstal.

Ella me acusó de haber roto su vaso favorito.

Ze beschuldigde me ervan dat ik haar favoriete glas had gebroken.

El hombre fue acusado de robo ante el juez.

De man werd voor de rechter beschuldigd van diefstal.

No puedes acusar a alguien sin tener pruebas.

Je kunt iemand niet beschuldigen zonder bewijs te hebben.

Gebruik van 'de'

In het Spaans gebruiken we altijd het woord 'de' na 'acusar' om de handeling te koppelen aan de reden voor de beschuldiging. Bijvoorbeeld: 'Acusar de robo' (Beschuldigen van diefstal).

Naar iemand wijzen

Wanneer je de persoon noemt die beschuldigd wordt, vergeet dan niet 'a' te gebruiken voor hun naam of het woord voor de persoon: 'Acusar a Juan'.

Verkeerde voegwoord

Fout:Me acusó por mentir.

Correctie: Me acusó DE mentir.

culpar

/kool-pahr//kulˈpaɾ/

verbA2neutraal
Gebruik 'culpar' wanneer je iemand de schuld geeft van een situatie of probleem, vaak op een minder formele of meer algemene manier.
Een eenvoudige stripboekillustratie met één kleurrijk stripfiguur die beschuldigend met een vinger naar een ander figuur wijst, wat de daad van beschuldigen symboliseert.

Voorbeelden

No me culpes por llegar tarde, el tráfico era terrible.

Geef mij niet de schuld dat ik te laat ben, het verkeer was verschrikkelijk.

No puedes culpar al clima por tu mala actitud.

Je kunt het weer niet de schuld geven van je slechte houding.

Todos culparon al conductor del accidente.

Iedereen gaf de chauffeur de schuld van het ongeluk.

La policía no pudo culpar a nadie con las pruebas que tenía.

De politie kon niemand beschuldigen met het bewijs dat ze hadden.

Het gebruik van de Persoonlijke 'a'

Wanneer je een persoon de schuld geeft (het lijdend voorwerp), moet je het kleine woordje 'a' gebruiken direct vóór hun naam of beschrijving: 'Culpé a mi hermano' (Ik gaf mijn broer de schuld).

Structuur: De schuld geven WAARVOOR?

Om de reden voor de beschuldiging te specificeren, gebruik je het voorzetsel 'por': 'Me culparon por el error' (Ze gaven mij de schuld van de fout).

Verwarring tussen 'Culpar' en 'Echar la culpa'

Fout:Het gebruiken van 'culpar' als een zelfstandige naamwoordelijke uitdrukking, zoals 'Él me echó la culpar.'

Correctie: De gebruikelijke manier om de schuld toe te wijzen is 'echar la culpa': 'Él me echó la culpa' (Hij legde de schuld bij mij). 'Culpar' is puur het werkwoord: 'Él me culpó'.

Acusar vs. Culpar

De meest gemaakte fout is het verwarren van 'acusar' en 'culpar'. 'Acusar' impliceert een specifiekere, vaak serieuzere beschuldiging van een daad, terwijl 'culpar' meer algemeen is en iemand de schuld geeft van een uitkomst of probleem.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.