Hoe zeg je "bracht door" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “bracht door” is “pasó” — B1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansB1
VerbB1
verwijzend naar het doorbrengen van een periode, zoals een vakantie of een weekend

Voorbeelden
Ella pasó el fin de semana en las montañas.
Zij bracht het weekend door in de bergen.
Pasó toda la tarde leyendo un libro.
Hij bracht de hele middag door met het lezen van een boek.
Tijd versus Geld
Fout: “Het gebruik van 'gastó' voor tijd: 'Gastó el verano en España.'”
Correctie: Gebruik 'pasó' voor tijd: 'Pasó el verano en España.' Het werkwoord 'gastar' wordt bijna altijd gebruikt voor het uitgeven van geld, niet tijd.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.