Hoe zeg je "doe het" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “doe het” is “hazlo” — gebruik 'hazlo' voor een directe, informele aanspreking in de jij-vorm (tú) om iemand een opdracht te geven.
hazlo
as-loˈaslo

Voorbeelden
Si tienes tarea, hazlo ahora mismo.
Als je huiswerk hebt, doe het dan meteen.
No sé si debería llamar. — ¡Claro que sí, hazlo!
Ik weet niet of ik moet bellen. — Natuurlijk wel, doe het!
El plan es arriesgado, pero si crees que funcionará, hazlo.
Het plan is riskant, maar als je denkt dat het werkt, doe het dan.
Bevel + 'het' = Eén Woord
'Hazlo' zijn eigenlijk twee woorden die aan elkaar zijn geplakt: 'haz' (het bevel 'doe') en 'lo' ('het'). In het Spaans plak je, wanneer je een positief bevel geeft en een woord als 'het', 'hem' of 'haar' wilt toevoegen, dit direct aan het einde van het werkwoord.
Het Informele 'Jij'-Bevel
'Hazlo' is de informele manier om één persoon te zeggen dat hij iets moet doen. Je gebruikt dit bij een vriend, familielid of iemand van jouw leeftijd. Het komt van de 'tú'-vorm van het werkwoord 'hacer' (doen/maken).
Negatieve bevelen zijn Anders
Fout: “Een veelgemaakte fout is proberen 'don't do it' zo te zeggen: 'No hazlo.'”
Correctie: De juiste manier is 'No lo hagas'. Wanneer je het bevel negatief maakt ('niet...'), springt het kleine woordje 'lo' naar voren en verandert de werkwoordsvorm zelf.
hágalo
Voorbeelden
Si el jefe le pide que lo haga, hágalo inmediatamente.
Als de baas u vraagt het te doen, doe het dan onmiddellijk.
Informeel vs. Formeel
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
