Hoe zeg je "geschiedde" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “geschiedde” is “sucedió” — A2 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
¿Qué sucedió?
Wat is er gebeurd?
El accidente sucedió en la esquina.
Het ongeluk gebeurde op de hoek.
Todo sucedió muy rápido.
Alles gebeurde heel snel.
Een Specifieke Gebeurtenis in het Verleden
'Sucedió' wordt gebruikt voor gebeurtenissen die op een specifiek moment in het verleden hebben plaatsgevonden en nu voorbij zijn. Het is de 'hij/zij/het'-vorm. Bijvoorbeeld, 'Het feest gebeurde gisteren', niet 'Het feest was aan het gebeuren was' (wat in het Spaans onjuist zou zijn voor een afgeronde gebeurtenis).
Het Volledige Werkwoord: 'suceder'
Dit woord komt van het werkwoord 'suceder'. 'Sucedió' is slechts één van zijn verleden tijdsvormen. Je kunt alle andere vormen in de vervoegingstabel bekijken om te praten over wie de actie uitvoerde en wanneer.
'Sucedió' versus 'Pasó'
Fout: “Het gebruik van 'sucedió' in zeer informele gesprekken wanneer 'pasó' gebruikelijker is.”
Correctie: Beide kunnen 'het gebeurde' betekenen, maar '¿Qué pasó?' is meer zoals 'Wat is er aan de hand?' of 'Wat is er gebeurd?'. '¿Qué sucedió?' is iets formeler of serieuzer, meer in de trant van 'Wat heeft zich voorgedaan?'.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.