Hoe zeg je "grootouders" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “grootouders” is “abuelos” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Mis abuelos viven en una casa cerca del mar.
Mijn grootouders wonen in een huis dicht bij de zee.
Tengo cuatro abuelos: dos por parte de mi madre y dos por parte de mi padre.
Ik heb vier grootouders: twee van moederskant en twee van vaderskant.
Mis dos abuelos fueron carpinteros.
Beide mijn grootvaders waren timmerman.
De Regel voor Gemengd Geslacht
In het Spaans gebruik je de mannelijke meervoudsvorm als er minstens één man in de groep is. Daarom kan 'abuelos' zowel 'twee grootvaders' OF 'een grootmoeder en een grootvader' betekenen. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we 'grootouders' gebruiken voor een gemengde groep.
Onjuist 'grootouders' zeggen
Fout: “Het gebruiken van 'abuelos y abuelas' om je grootouders aan te duiden.”
Correctie: Zeg gewoon 'mis abuelos'. Dit omvat al zowel je grootvader als je grootmoeder, dankzij de Spaanse grammatica.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.