Hoe zeg je "hypotheek" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “hypotheek” is “hipoteca” — B1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Tengo que pagar la hipoteca de mi casa cada mes.
Ik moet elke maand mijn huis hypotheek betalen.
El banco nos dio una hipoteca con un interés muy bajo.
De bank gaf ons een hypotheek met zeer lage rente.
Es difícil conseguir una hipoteca si no tienes un trabajo estable.
Het is moeilijk om een hypotheek te krijgen als je geen stabiele baan hebt.
Geslacht en lidwoorden
Omdat dit woord eindigt op 'a' en vrouwelijk is, moet je er altijd 'la' of 'una' voor zetten. In het Nederlands is 'hypotheek' een de-woord, dus je gebruikt 'de' of 'een'.
Werkwoorden gebruikt met Hipoteca
Om te zeggen 'een hypotheek afsluiten', gebruiken Spaanstaligen de werkwoorden 'pedir' (vragen om) of 'contratar' (aangaan/ondertekenen). In het Nederlands zeggen we meestal 'een hypotheek afsluiten' of 'een hypotheek krijgen'.
Apply vs. Pedir
Fout: “Yo apliqué para una hipoteca.”
Correctie: Pedí una hipoteca of Solicité una hipoteca. 'Aplicar' is een veelgemaakte fout, beïnvloed door het Engels; 'solicitar' of 'pedir' zijn natuurlijker voor aanvragen. Nederlanders gebruiken vaak 'aanvragen' voor dit soort zaken.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.