Hoe zeg je "ik ging" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “ik ging” is “fui” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
VerbA1
Beweging naar een bestemming

Voorbeelden
Ayer fui al supermercado.
Gisteren ging ik naar de supermarkt.
Fui a España el verano pasado.
Afgelopen zomer ging ik naar Spanje.
Después del trabajo, fui directo a casa.
Na het werk ging ik meteen naar huis.
Verleden tijd voor Beweging
'Fui' is hoe je 'ik ging' zegt voor een specifieke, voltooide reis in het verleden. Het komt van het werkwoord 'ir' (gaan).
Het vergeten van 'a'
Fout: “Fui el cine.”
Correctie: Fui al cine. Als je praat over ergens NAAR toe gaan, moet je bijna altijd 'a' (naar) of 'al' / 'a la' (naar de) toevoegen.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.