Hoe zeg je "ik passeerde" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “ik passeerde” is “pasé” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Pasé por la oficina de correos antes de venir aquí.
Ik passeerde het postkantoor voordat ik hier kwam.
Anoche pasé esa película en la televisión, pero no la vi.
Gisteravond zag ik die film op tv, maar ik heb hem niet bekeken. (Letterlijk: Ik passeerde die film op tv)
Cuando era niño, pasé de una ciudad a otra cada año.
Toen ik een kind was, verhuisde ik elk jaar van de ene stad naar de andere.
Afgeronde Handeling: De Preteritum
'Pasé' gebruikt de Spaanse voltooid tegenwoordige tijd (de preteritum), wat betekent dat de actie (passeren) op een specifiek moment in het verleden voltooid en afgerond was. Dit komt overeen met de Nederlandse verleden tijd (ik passeerde, ik ging).
'Pasé' gebruiken versus 'Estaba pasando'
Fout: “ 'Pasé' gebruiken wanneer je praat over een aanhoudende actie in het verleden: 'Cuando pasé la calle, vi un accidente.'”
Correctie: Gebruik de onvoltooid verleden tijd (imperfectum) voor achtergrondacties: 'Cuando *estaba pasando* la calle (Terwijl ik de straat overstak), zag ik een ongeluk.' 'Pasé' impliceert een snelle voltooiing.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.