Hoe zeg je "it" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “it” is “TIC” — gebruik 'TIC' (meervoud) wanneer je verwijst naar de 'Technologieën van de Informatie en Communicatie' (ICT) in het algemeen, vaak in de context van onderwijs, technologie of maatschappij.
Dutch → Spaans
TIC
zelfstandig naamwoordB2formeel, neutraal
Gebruik 'TIC' (meervoud) wanneer je verwijst naar de 'Technologieën van de Informatie en Communicatie' (ICT) in het algemeen, vaak in de context van onderwijs, technologie of maatschappij.
Voorbeelden
Las TIC son muy importantes en la educación moderna.
ICT is erg belangrijk in het moderne onderwijs.
informático
adjectiefB1neutraal
Gebruik 'informático' als bijvoeglijk naamwoord om iets aan te duiden dat te maken heeft met computers of informatica, zoals een fout, systeem of apparaat.
Voorbeelden
Hubo un error informático en el banco.
Er was een computerfout bij de bank.
TIC vs. informático
De meest gemaakte fout is het verwarren van 'TIC' (als zelfstandig naamwoord voor ICT) met 'informático' (als bijvoeglijk naamwoord voor computergerelateerd). Onthoud dat 'TIC' verwijst naar de technologieën zelf, terwijl 'informático' iets beschrijft dat met die technologie te maken heeft.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.