Hoe zeg je "jaren" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “jaren” is “años” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Tengo treinta años.
Ik ben dertig jaar oud.
Viví en Argentina por dos años.
Ik woonde twee jaar in Argentinië.
La garantía del coche dura cinco años.
De garantie van de auto duurt vijf jaar.
Het is het meervoud van 'año'
'Años' is simpelweg het meervoud van 'año' (jaar). Je gebruikt 'años' wanneer je over meer dan één jaar praat.
Gebruik 'tener' (hebben) voor leeftijd
Een groot verschil met het Nederlands! Om te zeggen hoe oud je bent, gebruik je het werkwoord 'tener'. Bijvoorbeeld, 'Tengo veinte años' betekent 'Ik ben twintig jaar oud', maar het betekent letterlijk 'Ik heb twintig jaren'.
De 'ñ' uitspreken versus de 'n'
Fout: “De 'anos' (AH-nohs) uitspreken in plaats van 'años' (AHN-johs).”
Correctie: Het golfje (tilde) boven de 'ñ' is cruciaal. Het maakt een 'nj'-klank, zoals in het Nederlandse woord 'canyon' of 'pionier'. Het woord 'anos' zonder tilde betekent 'anussen', dus dit is een zeer belangrijk verschil om te leren!
Gebruik van 'ser' (zijn) voor leeftijd
Fout: “Soy veinte años.”
Correctie: Gebruik altijd 'tener' voor leeftijd. Denk eraan als het 'hebben' of 'bezitten' van levensjaren. De juiste manier is: 'Tengo veinte años'.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.