Hoe zeg je "jij durft" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “jij durft” is “atreves” — B1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
¿De verdad te atreves a probar esa comida picante?
Durf jij dat pittige eten écht te proberen?
Si te atreves a hablar con ella, te prometo que te irá bien.
Als jij het aandurft om haar aan te spreken, beloof ik je dat het goed komt.
No sé cómo te atreves a conducir tan rápido en la lluvia.
Ik weet niet hoe jij het durft om zo hard te rijden in de regen.
Altijd Reflexief
Dit werkwoord heeft altijd een voornaamwoord nodig (me, te, se, nos, os) dat overeenkomt met de persoon die de actie uitvoert. Aangezien 'atreves' voor 'tú' is, moet er 'te' voor staan. Dit is anders dan in het Nederlands, waar we vaak 'durven' zonder voornaamwoord gebruiken (ik durf te springen).
Vereist 'a'
Wanneer je durft iets te doen, moet je altijd het voorzetsel 'a' plaatsen vóór het tweede werkwoord: 'Te atreves A saltar' (Jij durft TE springen). In het Nederlands gebruiken we hier meestal 'te' + infinitief.
Het reflexieve voornaamwoord vergeten
Fout: “Tú atreves a hablar.”
Correctie: Tú TE atreves a hablar. Vergeet de 'te' niet; deze is essentieel omdat het werkwoord gaat over jezelf iets aan durven doen.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.