Hoe zeg je "jij ging" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “jij ging” is “fuiste” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
¿Fuiste al supermercado esta mañana?
Ging je vanochtend naar de supermarkt?
Fuiste muy rápido, no te vi salir.
Je ging heel snel, ik zag je niet weggaan.
¿A qué hora fuiste a la fiesta?
Hoe laat ging je naar het feest?
Gebruik 'fuiste' voor voltooide reizen
Deze vorm gaat over voltooide beweging. Als de reis aan de gang was of herhaaldelijk plaatsvond, gebruikt Spaans 'ibas' in plaats daarvan.
Beweging is de sleutel
Als de zin reizen van de ene plaats naar de andere inhoudt, komt 'fuiste' van het werkwoord 'ir'.
Fuiste gebruiken voor voortdurende verleden acties
Fout: “Cuando fuiste niño, fuiste al parque cada día”
Correctie: Cuando eras niño, ibas al parque cada día. Gebruik voor herhaalde verleden acties 'ibas' in plaats van 'fuiste'.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.