Hoe zeg je "leefde" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “leefde” is “vivió” — gebruik 'vivió' als je wilt aangeven dat iemand zijn leven ergens doorbracht of een bepaalde periode ergens verbleef, als een voltooide handeling in het verleden..
Dutch → Spaans
vivió
WerkwoordA1Informeel
Gebruik 'vivió' als je wilt aangeven dat iemand zijn leven ergens doorbracht of een bepaalde periode ergens verbleef, als een voltooide handeling in het verleden.
Voorbeelden
Ella vivió en Barcelona durante la guerra.
Zij woonde tijdens de oorlog in Barcelona.
existía
WerkwoordA2Neutraal
Gebruik 'existía' om te verwijzen naar het bestaan van iets of iemand in het verleden, vaak als een algemene staat of voorwaarde, zonder focus op een specifieke actie of verblijf.
Voorbeelden
Antes, no existía el internet como lo conocemos hoy.
Vroeger bestond het internet zoals we het nu kennen niet.
Leefde: Vivir of Existir?
De meest gemaakte fout is het verwarren van een concrete levenservaring ('vivió') met een algemeen bestaan ('existía'). Denk na of je spreekt over iemands concrete verblijf of ervaring, of over het simpelweg bestaan van iets in het verleden.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.