Hoe zeg je "maand" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “maand” is “mes” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Enero es el primer mes del año.
Januari is de eerste maand van het jaar.
Mi cumpleaños es el mes que viene.
Mijn verjaardag is volgende maand.
Trabajé allí durante un mes.
Ik heb daar een maand gewerkt.
Enkelvoud versus Meervoud
Om over één maand te praten, gebruik je 'un mes'. Voor meer dan één verandert het 'z'-geluid aan het einde in een 's'-klank: 'meses'. Bijvoorbeeld, 'dos meses' (twee maanden), 'seis meses' (zes maanden). Let op: in het Nederlands is de meervoudsvorming van 'maand' heel anders ('maanden').
Zeggen 'voor een maand'
Fout: “Estuve de vacaciones por un mes.”
Correctie: Het is natuurlijker om 'Estuve de vacaciones un mes' of '...durante un mes' te zeggen om 'for a month' aan te geven. Het gebruik van 'por' kan hier soms worden opgevat als 'per maand', net zoals in het Nederlands 'per maand' vaak 'elke maand' betekent.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.