Hoe zeg je "morgen" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “morgen” is “mañana” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
AdverbA1
De dag na vandaag.

Voorbeelden
¿Nos vemos mañana?
Tot morgen?
Mañana voy a empezar la dieta.
Morgen ga ik met het dieet beginnen.
Deja eso para mañana, ahora descansa.
Laat dat maar voor morgen, rust nu maar uit.
Geen extra woorden nodig
In tegenstelling tot het Nederlands, heb je geen woord nodig zoals 'op' of 'om' voor 'mañana' als het 'morgen' betekent. Zeg gewoon 'Voy mañana' (Ik ga morgen).
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.