Hoe zeg je "orgel" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “orgel” is “órgano” — B1 niveau.
Dutch → SpaansB1
nounB1
een groot muzikaal toetsinstrument met pijpen

Voorbeelden
El músico toca el órgano en la catedral todos los domingos.
De muzikant speelt elke zondag het orgel in de kathedraal.
Este órgano de tubos tiene un sonido majestuoso.
Dit pijporgel heeft een majestueus geluid.
¿Sabes tocar el órgano?
Weet jij hoe je orgel moet spelen?
'Tocar' Gebruiken
In het Spaans 'speel' je geen instrument (jugar), maar je 'raakt' het aan (tocar). Zeg altijd 'tocar el órgano'.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.