Hoe zeg je "paspoort" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “paspoort” is “pasaporte” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Perdí mi pasaporte antes de mi vuelo a Madrid.
Ik ben mijn paspoort kwijtgeraakt voor mijn vlucht naar Madrid.
Necesitas presentar tu pasaporte en el control de inmigración.
U moet uw paspoort tonen bij de immigratiecontrole.
El pasaporte español permite viajar sin visado a muchos países.
Het Spaanse paspoort maakt visumvrij reizen naar veel landen mogelijk.
Geslachtsbepaling
Hoewel het eindigt op '-e', is 'pasaporte' een mannelijk zelfstandig naamwoord. Gebruik altijd de mannelijke lidwoorden: 'el pasaporte' (het paspoort) of 'un pasaporte' (een paspoort).
Verwarring over het geslacht
Fout: “La pasaporte.”
Correctie: El pasaporte. Onthoud 'el' voor dit woord, wat gebruikelijk is voor samengestelde woorden in het Spaans.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.