Hoe zeg je "reist" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “reist” is “viaja” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Ella siempre viaja en verano a Italia.
Zij reist altijd in de zomer naar Italië.
Usted viaja mucho por su trabajo, ¿verdad?
U reist veel voor uw werk, nietwaar?
Si tienes la oportunidad, ¡viaja por el mundo!
Als je de kans krijgt, reis de wereld rond!
Dubbele Rol van 'Viaja'
Dit ene woord vervult twee functies: het is de bevestigende vorm voor 'hij/zij/het reist' (él/ella/usted) EN de informele gebiedende wijs voor 'Reis!' (tú).
Regelmatige -AR Werkwoord
Aangezien 'viajar' een regelmatig -AR werkwoord is, volgt het het meest voorkomende vervoegingspatroon. Hierdoor is het gemakkelijk om andere tijden te voorspellen zodra je de basisuitgangen kent.
De gebiedende wijs verwarren
Fout: “Het gebruik van 'viaje' bij het geven van een informeel bevel aan een vriend (tú).”
Correctie: Het juiste informele bevel is 'viaja'. Bewaar 'viaje' voor formele bevelen (usted).
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.