viaja
“viaja” betekent “reist” in het Spaans (Hij/Zij/Het reist (constatering)).
reist, is aan het reizen, Reis!
Ook: maakt reizen, gaat op reis
📝 In Actie
Ella siempre viaja en verano a Italia.
A1Zij reist altijd in de zomer naar Italië.
Usted viaja mucho por su trabajo, ¿verdad?
A2U reist veel voor uw werk, nietwaar?
Si tienes la oportunidad, ¡viaja por el mundo!
A1Als je de kans krijgt, reis de wereld rond!
El paquete viaja por avión y llega mañana.
B1Het pakket reist per vliegtuig en komt morgen aan.
🔄 Vervoegingen
indicative
preterite
present
imperfect
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: viaja
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'viaja' als informeel bevel?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
'Viaja' komt van het werkwoord 'viajar', dat zich ontwikkelde uit het Latijnse woord *viaticum*. Dit verwees oorspronkelijk naar geld of proviand die nodig was voor een reis, waardoor het concept van reizen gekoppeld werd aan noodzakelijke voorraden.
Eerste vermelding: Around the 13th century (as 'viage' in Old Spanish)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Hoe weet ik of 'viaja' 'hij/zij reist' of 'Reis!' betekent?
Je moet naar de context kijken! Als het een constatering is over een derde persoon (of een formele 'usted'), betekent het 'reist'. Als het aan het begin van een zin staat, vaak met een uitroepteken, en gericht is aan een informele vriend ('tú'), is het een bevel.
Wordt 'viaja' beschouwd als een regelmatig werkwoord?
Ja, 'viajar' is een volkomen regelmatig -AR werkwoord, wat betekent dat de uitgangen voorspelbaar zijn en geen lastige stamwisselingen met zich meebrengen.