Hoe zeg je "reizigers" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “reizigers” is “pasajeros” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Todos los pasajeros deben abrocharse el cinturón.
Alle passagiers moeten hun gordel omdoen.
El tren estaba lleno, había muchísimos pasajeros de pie.
De trein zat vol, er stonden heel veel passagiers.
La aerolínea distribuyó mantas a todos los pasajeros.
De luchtvaartmaatschappij deelde dekens uit aan alle passagiers.
Geslacht en Getal
Aangezien dit woord eindigt op '-os', is het mannelijk en meervoud. Als je alleen vrouwelijke passagiers bedoelt, gebruik je 'pasajeras'.
De bestuurder verwarren
Fout: “El pasajero manejó el autobús.”
Correctie: El conductor manejó el autobús. ('De chauffeur reed in de bus.') 'Pasajero' sluit specifiek de persoon die het voertuig bestuurt uit, net als in het Nederlands het verschil tussen 'passagier' en 'chauffeur'.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.