Hoe zeg je "schoenmaker" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “schoenmaker” is “zapatero” — A2 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Llevé mis botas favoritas al zapatero para cambiarles las suelas.
Ik bracht mijn favoriete laarzen naar de schoenmaker om de zolen te laten vervangen.
El zapatero del barrio trabaja muy bien y es barato.
De schoenmaker in de buurt levert goed werk en is niet duur.
Antiguamente, el zapatero hacía todo el calzado a mano.
Vroeger maakte de schoenmaker al het schoeisel met de hand.
Het achtervoegsel '-ero' voor beroepen
In het Spaans wordt vaak de naam van een beroep gevormd door '-ero' aan een zelfstandig naamwoord toe te voegen. Net zoals 'zapato' (schoen) 'zapatero' (schoenmaker) wordt, wordt 'pan' (brood) 'panadero' (bakker).
Persoon versus winkel
Fout: “Voy al zapatero a comprar zapatos.”
Correctie: Voy a la zapatería a comprar zapatos.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.