Hoe zeg je "sneeuwen" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “sneeuwen” is “nevar” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Hoy va a nevar en las montañas.
Vandaag gaat het sneeuwen in de bergen.
Siempre nieva mucho en enero.
Het sneeuwt altijd veel in januari.
Me gustaría que nevara mañana para ir a esquiar.
Ik zou willen dat het morgen sneeuwt, zodat we kunnen gaan skiën.
Het 'Verborgen Het'
In het Nederlands zeggen we 'Het sneeuwt.' In het Spaans zit het woord 'nieva' al vol met de betekenis van 'het', dus je voegt nooit een apart woord toe voor het onderwerp van het weer.
De stamklinkerwisseling
Dit werkwoord is een 'stamklinkerwisselaar'. De 'e' in 'nevar' verandert in 'ie' wanneer dat deel van het woord benadrukt wordt, zoals in 'nieva' (het sneeuwt).
Een extra onderwerp toevoegen
Fout: “Eso nieva hoy.”
Correctie: Nieva hoy. (Het weer is de actie zelf; het heeft geen voornaamwoord zoals 'eso' of 'él' nodig.)
Het werkwoord verwarren met het zelfstandig naamwoord
Fout: “Hay nevar.”
Correctie: Hay nieve (Er is sneeuw) of Nieva (Het sneeuwt).
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.