Hoe zeg je "spanjaard" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “spanjaard” is “español” — gebruik dit woord als de algemene en meest neutrale term om iemand uit Spanje aan te duiden, ongeacht de regio of specifieke context..
Dutch → Spaans
español
NounA1General
Gebruik dit woord als de algemene en meest neutrale term om iemand uit Spanje aan te duiden, ongeacht de regio of specifieke context.
Voorbeelden
Mi amigo es un español muy amable.
Mijn vriend is een heel vriendelijke Spaanse man.
gallego
/guy-YEH-go//ɡaˈʎe.ɡo/
nounB1Informal
Gebruik dit woord specifiek in Argentinië, Uruguay of Mexico om informeel te verwijzen naar elke persoon uit Spanje, hoewel het oorspronkelijk verwijst naar iemand uit Galicië.

Voorbeelden
En Argentina, a los españoles les decimos gallegos.
In Argentinië noemen we Spanjaarden 'gallegos'.
Mi abuelo era gallego, vino de Madrid en 1950.
Mijn grootvader was Spaans (gallego), hij kwam uit Madrid in 1950.
Verwarring tussen 'español' en 'gallego'
De meest voorkomende fout is het onterecht gebruiken van 'gallego' buiten Latijns-Amerikaanse contexten, of denken dat het de enige manier is om een Spanjaard aan te duiden. Onthoud dat 'español' altijd correct is, terwijl 'gallego' een specifieke regionale en informele betekenis heeft in bepaalde landen.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
