Hoe zeg je "suiker" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “suiker” is “azúcar” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Necesito un poco de azúcar para mi café.
Ik heb een beetje suiker nodig voor mijn koffie.
El pastel tiene demasiada azúcar, está muy dulce.
De taart bevat te veel suiker; hij is erg zoet.
Debes reducir el consumo de azúcar si quieres estar más sano.
Je zou je suikerinname moeten verminderen als je gezonder wilt zijn.
Niet-telbaar Zelfstandig Naamwoord
Net als in het Nederlands wordt 'azúcar' meestal behandeld als een niet-telbaar zelfstandig naamwoord (een substantie). Je gebruikt er dus woorden als 'un poco de' (een beetje) of 'mucha' (veel) voor, niet getallen.
Verwarring over het Geslacht
Fout: “Het gebruik van 'la azúcar' en vergeten het bijvoeglijk naamwoord aan te passen: 'la azúcar blanco'.”
Correctie: Het woord is technisch mannelijk ('el azúcar'), maar omdat het begint met een sterke 'A'-klank, gebruiken mensen vaak het vrouwelijke lidwoord 'la' (net als bij 'het water' in het Nederlands, hoewel 'agua' Spaans is). Als je 'la' gebruikt, onthoud dan dat het bijvoeglijk naamwoord mannelijk moet blijven: 'la azúcar blanco' of 'el azúcar blanco'.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.