Hoe zeg je "telefoonnummer" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “telefoonnummer” is “teléfono” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
¿Me prestas tu teléfono para hacer una llamada?
Mag ik jouw telefoon lenen om te bellen?
El teléfono está sonando, ¿puedes contestar?
De telefoon gaat, kun je opnemen?
Olvidé mi teléfono en casa esta mañana.
Ik ben vanmorgen mijn telefoon vergeten thuis.
Altijd Mannelijk: 'el teléfono'
Hoewel het eindigt op 'o', is het goed om te onthouden dat 'teléfono' altijd een mannelijk woord is. Je zegt dus altijd 'el teléfono' (de telefoon) of 'un teléfono' (een telefoon). Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'de' (de telefoon).
Apparaat versus Actie
Fout: “Yo teléfono a mi amigo.”
Correctie: Yo llamo por teléfono a mi amigo. 'Teléfono' is het ding (een zelfstandig naamwoord), niet de actie (een werkwoord). De actie van bellen is 'llamar' of 'telefonear'.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.