Hoe zeg je "vier" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “vier” is “cuatro” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Tengo cuatro hermanos.
Ik heb vier broers/zussen.
La reunión es a las cuatro de la tarde.
De vergadering is om vier uur 's middags.
Necesitamos cuatro sillas más.
We hebben nog vier stoelen nodig.
Blijft altijd hetzelfde
'Cuatro' wordt gebruikt om aan te geven hoeveel er van iets is. Het mooie eraan is dat het nooit verandert! Het is altijd 'cuatro', of je nu spreekt over mannelijke dingen ('cuatro libros') of vrouwelijke dingen ('cuatro mesas'). Dit is anders dan in het Nederlands, waar we 'vier' altijd hetzelfde gebruiken, maar in het Spaans is het goed om te weten dat het niet vervoegd wordt zoals bijvoeglijke naamwoorden.
Verwarring tussen 'Cuatro' en 'Cuarto'
Fout: “Tengo el cuatro coche.”
Correctie: Om 'de vierde' te zeggen, heb je 'cuarto' nodig: 'Tengo el cuarto coche'. 'Cuatro' betekent alleen het getal 4: 'Tengo cuatro coches' (Ik heb vier auto's). Let op: in het Nederlands gebruiken we 'vierde' (orde) en 'vier' (aantal), in het Spaans is dit 'cuarto' en 'cuatro'.
Andere betekenissen van “cuatro”
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.