Hoe zeg je "vliegtuig" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “vliegtuig” is “avión” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
El avión despega a las siete de la mañana.
Het vliegtuig stijgt op om zeven uur 's ochtends.
Compramos los billetes de avión por internet.
We kochten de vliegtuigtickets online.
Nunca he tenido miedo a volar en avión.
Ik ben nooit bang geweest om in een vliegtuig te vliegen.
Altijd een 'Hij'-woord
Hoewel 'avión' eindigt op '-ón', wat soms lastig kan zijn, is het altijd een mannelijk woord. Dit betekent dat je er altijd 'el' of 'un' mee gebruikt: 'el avión' (het vliegtuig), 'un avión' (een vliegtuig). In het Nederlands is 'het vliegtuig' onzijdig, maar in het Spaans is het mannelijk.
Reizen 'in' een vliegtuig
Wanneer je over reizen met een voertuig in het Spaans spreekt, gebruik je bijna altijd het kleine woordje 'en'. Dus, om 'met het vliegtuig' te zeggen, zeg je 'en avión'. Dit is vergelijkbaar met hoe we in het Nederlands 'met de auto' of 'in de trein' zeggen, maar Spaans gebruikt consequent 'en'.
Uitspraak
Fout: “Zeggen 'a-vie-on', zoals in het Engelse woord 'avionics'.”
Correctie: Zeg 'ah-bjohn'. De 'a' is kort, en de 'ión' is één snelle klank, 'jón'.
Het verkeerde voorzetsel gebruiken
Fout: “Viajo por el avión.”
Correctie: Gebruik 'en' voor vervoersmiddelen: 'Viajo en avión'. Denk eraan dat je 'in' het vliegtuig reist.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.