Hoe zeg je "week" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “week” is “semana” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
¿Qué planes tienes para esta semana?
Wat zijn je plannen voor deze week?
La semana que viene voy de vacaciones.
Volgende week ga ik op vakantie.
Trabajo cinco días a la semana.
Ik werk vijf dagen per week.
Altijd Vrouwelijk: 'la semana'
Onthoud dat 'semana' een vrouwelijk woord is, dus je gebruikt altijd vrouwelijke woorden zoals 'la', 'una' of 'esta' ervoor. Bijvoorbeeld: 'la semana pasada' (vorige week).
Praten over 'Volgende' en 'Vorige' Week
Om 'volgende week' te zeggen, kun je 'la semana que viene' of 'la próxima semana' gebruiken. Ze betekenen hetzelfde. Voor 'vorige week' gebruik je altijd 'la semana pasada'.
Het gebruik van 'en la semana'
Fout: “Voy al cine en la semana.”
Correctie: Om over deze specifieke week te praten, zeg je: 'Voy al cine esta semana'. Als je 'doordeweeks' in het algemeen bedoelt, gebruik je 'entre semana' of 'durante la semana'.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.