Hoe zeg je "wij passeren" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “wij passeren” is “pasamos” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Siempre pasamos por el parque para ir a la escuela.
We lopen altijd langs het park om naar school te gaan.
Ayer pasamos la pelota rápidamente, y ganamos.
Gisteren gaven we de bal snel door, en we wonnen.
¿Pasamos al comedor? La cena está lista.
Zullen we doorlopen naar de eetkamer? Het eten is klaar.
Dubbele Tijdsidentiteit
De vorm 'pasamos' is bijzonder omdat het 'wij passeren' (nu/altijd) EN 'wij passeerden' (in de onvoltooid verleden tijd) betekent. Je bent afhankelijk van de context of tijdsaanduidingen (zoals 'ayer' voor gisteren) om te weten welke van de twee bedoeld wordt.
Verwarring tussen Transitief en Intransitief
Fout: “Pasamos a la sal. (Wij passeren naar het zout.)”
Correctie: Pasamos la sal. (Wij geven het zout door.) 'Pasar' heeft een lijdend voorwerp nodig (zoals 'het zout') als het 'overhandigen' betekent, net als in het Nederlands.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.