Hoe zeg je "woonde" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “woonde” is “vivió” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Ella vivió en Barcelona durante la guerra.
Zij woonde tijdens de oorlog in Barcelona.
¿Dónde vivió usted antes de mudarse aquí?
Waar woonde u voordat u hierheen verhuisde?
El perro vivió diecisiete años.
De hond leefde zeventien jaar.
Onvoltooid Verleden Tijd (Pretérito Perfecto Simple)
Deze vorm ('vivió') duidt op een handeling die in het verleden begon en volledig is afgesloten, zoals een enkele gebeurtenis of een afgebakende periode.
Pretérito vs. Imperfecto
Fout: “Het gebruik van 'vivía' bij het beschrijven van een specifieke, voltooide tijdsperiode: 'Él vivía allí diez años.'”
Correctie: Gebruik 'vivió' voor afgebakende periodes: 'Él vivió allí diez años.' Gebruik 'vivía' alleen voor doorlopende achtergrondacties of gewoontes.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.