Hoe zeg je "zal leven" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “zal leven” is “vivirá” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
verbA1
verwijzend naar een persoon, dier of plant die in leven zal zijn of ergens zal wonen

Voorbeelden
Ella vivirá en España el próximo año.
Zij zal volgend jaar in Spanje wonen.
Este recuerdo vivirá para siempre en nosotros.
Deze herinnering zal voor altijd in ons voortleven.
Usted vivirá una experiencia inolvidable.
U (beleefd) zult een onvergetelijke ervaring beleven.
Toekomstplannen maken
Om te praten over wat iemand anders later zal doen, neem je het hele werkwoord 'vivir' en voeg je gewoon 'á' toe aan het einde. Vergeet de klemtoon niet!
De ontbrekende klemtoon
Fout: “vivira”
Correctie: vivirá. Zonder de klemtoon op de 'a' is het woord onvolledig en klinkt het anders.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.