vivirá
“vivirá” betekent “zal leven” in het Spaans (verwijzend naar een persoon, dier of plant die in leven zal zijn of ergens zal wonen).
zal leven
Ook: zal ervaren, zal blijven bestaan
📝 In Actie
Ella vivirá en España el próximo año.
A1Zij zal volgend jaar in Spanje wonen.
Este recuerdo vivirá para siempre en nosotros.
B1Deze herinnering zal voor altijd in ons voortleven.
Usted vivirá una experiencia inolvidable.
B1U (beleefd) zult een onvergetelijke ervaring beleven.
🔄 Vervoegingen
subjunctive
present
imperfect
indicative
present
imperfect
preterite
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: vivirá
Vraag 1 van 1
Hoe zeg je 'Zij zal in een huis wonen' in het Spaans?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Van het Latijnse werkwoord 'vivere', wat al duizenden jaren 'in leven zijn' betekent.
Eerste vermelding: 12th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wordt 'vivirá' gebruikt voor 'jij' of 'hij'?
Beide! Het wordt gebruikt voor 'hij' (él), 'zij' (ella), en de beleefde vorm van 'u' (usted).
Waarom heeft het een klemtoon op de laatste 'a'?
In het Spaans geeft de klemtoon aan dat je meer nadruk op dat geluid moet leggen bij het spreken. De meeste toekomstige werkwoorden voor 'hij/zij' eindigen met deze beklemtoonde 'á'.