Inklingo

ik woonOok: ik ben aan het wonen

WerkwoordA1regular ir
Een lachend persoon die in een klein, gezellig huis staat, wat de handeling van wonen voorstelt.
infinitivevivir
gerundviviendo
past Participlevivido

📝 In Actie

Vivo en Madrid con mi familia.

A1

Ik woon in Madrid met mijn familie.

Vivo una vida muy tranquila.

A2

Ik leef een heel rustig leven.

Woordverbindingen

Veelvoorkomende Collocaties

  • vivir en...wonen in...
  • vivir con...samenwonen met...

in levenOok: levend

Een feloranje goudvis die vrolijk actief zwemt in een doorzichtige glazen kom, wat aangeeft dat hij in leven is.

📝 In Actie

El pez que pescamos todavía está vivo.

A2

De vis die we gevangen hebben is nog in leven.

¿Es una flor de plástico o es una planta viva?

B1

Is het een plastic bloem of een levende plant?

Woordverbindingen

Synoniemen

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • estar vivoin leven zijn
  • un ser vivoeen levend wezen

helderOok: levendig

Een perfect ronde, intens helderrode appel op een gedempte grijze ondergrond, wat de levendige kleur benadrukt.

📝 In Actie

Pintó la pared de un color amarillo vivo.

B1

Ze schilderde de muur een heldergele kleur.

Sus ojos tienen un azul muy vivo.

B2

Haar ogen hebben een heel levendig blauw.

Woordverbindingen

Synoniemen

Antoniemen

  • apagado (dof, ingetogen)
  • pálido (bleek)

Veelvoorkomende Collocaties

  • color vivoheldere kleur

levendigOok: scherp, slim

Een vrolijk kind dat snel en energiek een kleurrijke houten blokpuzzel oplost, wat snelle begrip toont.

📝 In Actie

Es una niña muy viva, siempre está haciendo preguntas.

B1

Ze is een heel slim/levendig meisje, ze stelt altijd vragen.

Tienes que ser muy vivo para tener éxito en este negocio.

B2

Je moet heel slim zijn om succesvol te zijn in deze zaken.

Woordverbindingen

Synoniemen

Antoniemen

Een muzikant die gitaar speelt op een felverlicht podium voor een juichend publiek, wat een live-uitvoering illustreert.

📝 In Actie

El concierto será transmitido en vivo por televisión.

B1

Het concert wordt live op televisie uitgezonden.

Prefiero la música en vivo a los discos.

A2

Ik heb liever livemuziek dan platen.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • en directo (live, direct)

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • en vivolive (op zender)
  • música en vivolivemuziek

Indicative

Present

yovivo
vives
él/ella/ustedvive
nosotrosvivimos
vosotrosvivís
ellos/ellas/ustedesviven

Imperfect

yovivía
vivías
él/ella/ustedvivía
nosotrosvivíamos
vosotrosvivíais
ellos/ellas/ustedesvivían

Preterite

yoviví
viviste
él/ella/ustedvivió
nosotrosvivimos
vosotrosvivisteis
ellos/ellas/ustedesvivieron

Subjunctive

Present Subjunctive

yoviva
vivas
él/ella/ustedviva
nosotrosvivamos
vosotrosviváis
ellos/ellas/ustedesvivan

Imperfect Subjunctive

yoviviera
vivieras
él/ella/ustedviviera
nosotrosviviéramos
vosotrosvivierais
ellos/ellas/ustedesvivieran

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "vivo" in het Spaans:

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: vivo

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt 'vivo' om 'ik woon' te betekenen?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
activomotivoadjetivo
📚 Etymologie

Komt van het Latijnse woord 'vīvus', wat 'levend' betekent. Deze wortel heeft ons ook veel woorden in het Nederlands opgeleverd, zoals 'vivid' (in het Engels) en 'revive'.

Eerste vermelding: Around the 10th century

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: vivoItalian: vivoFrench: vif

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'vivo' en 'vivir'?

'Vivir' is de basisvorm van het werkwoord, wat 'wonen/leven' betekent. 'Vivo' is de vorm die u gebruikt als u wilt zeggen 'ik woon'. Vergelijk het met het verschil tussen 'wonen' (vivir) en 'ik woon' (vivo).

Hoe zeg ik 'livemuziek'?

U zegt 'música en vivo'. De uitdrukking 'en vivo' is hier de sleutel voor alles wat live gebeurt, zoals een concert, een sportwedstrijd of een nieuwsbericht.

Waarom gebruikt 'El gato está vivo' 'está' maar 'El niño es vivo' gebruikt 'es'?

Goede vraag! Dit toont het verschil tussen 'ser' en 'estar'. We gebruiken 'estar' voor tijdelijke toestanden of condities, zoals in leven zijn ('está vivo'). We gebruiken 'ser' voor meer permanente kenmerken of persoonlijkheidstrekken, zoals slim of scherp zijn ('es vivo'). Dit is vergelijkbaar met het verschil tussen 'zijn' in de zin van een toestand en 'zijn' in de zin van een eigenschap in het Nederlands.