Inklingo

Hoe zeg je "zij verhandelen" in het Spaans

Het Spaanse woord voorzij verhandelenis vendenA1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Dutch → SpaansA1

venden

VerbA1
Twee lachende verkopers staan achter een levendige houten marktkraam vol kleurrijk fruit en wisselen een grote rode appel in voor een kleine zilveren munt met een klant.

Voorbeelden

En el mercado no venden pescado fresco los lunes.

Op de markt verkopen ze op maandag geen verse vis.

¿Ustedes venden pasteles hechos en casa?

Verkoopt u zelfgemaakte taarten?

Dicen que venden la casa de la esquina.

Ze zeggen dat ze het hoekhuis verkopen.

Het onderwerp identificeren

'Venden' is de vorm voor 'zij' of 'u (meervoud)'. Als de naam van de winkel meervoud is (zoals 'Los Robles'), gebruik je deze vorm: 'Los Robles venden ropa'.

Het regelmatige -ER patroon

Aangezien 'vender' een regelmatig werkwoord is, volgt het het standaardpatroon voor alle -er werkwoorden: verwijder de '-er' en voeg '-en' toe voor de 'ellos/ellas/ustedes' uitgang.

Verkopen en Komen verwarren

Fout:Het gebruik van 'vienen' als je 'venden' bedoelt.

Correctie: 'Vienen' betekent 'zij komen' (van het werkwoord 'venir'). 'Venden' betekent 'zij verkopen' (van 'vender').

Gerelateerde vertalingen

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.