venden
“venden” betekent “zij verkopen” in het Spaans (verwijzend naar een groep mensen of bedrijven).
zij verkopen, u verkoopt
Ook: zij verhandelen
📝 In Actie
En el mercado no venden pescado fresco los lunes.
A1Op de markt verkopen ze op maandag geen verse vis.
¿Ustedes venden pasteles hechos en casa?
A2Verkoopt u zelfgemaakte taarten?
Dicen que venden la casa de la esquina.
B1Ze zeggen dat ze het hoekhuis verkopen.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: venden
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'venden' correct?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Het woord komt van het Latijnse werkwoord *vendere*, dat zelf een combinatie is van *venum* (wat 'verkoopbaar ding' betekent) en *dare* (wat 'geven' betekent). In wezen heeft het altijd betekend 'iets geven in ruil voor geld'.
Eerste vermelding: Old Spanish (around the 13th century)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Hoe verschilt 'venden' van 'se vende'?
'Venden' betekent 'zij verkopen' (bepaald meervoudig onderwerp). 'Se vende' (of 'se venden' voor meervoudige items) wordt gebruikt om aan te geven dat iets te koop is, vaak zonder de verkoper te noemen, zoals 'Te koop' of 'Hier wordt verkocht'.
Wordt 'venden' in de verleden tijd gebruikt?
Nee, 'venden' is strikt de tegenwoordige tijd. Als u 'zij verkochten' in het verleden wilt zeggen, gebruikt u 'vendieron' (pretérito) of 'vendían' (imperfectum).