Hoe zeg je "zonneschijn" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “zonneschijn” is “sol” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
El sol brilla mucho hoy.
De zon schijnt vandaag veel.
Vamos a la playa a tomar el sol.
Laten we naar het strand gaan om te zonnebaden.
Necesito gafas de sol porque la luz es muy fuerte.
Ik heb een zonnebril nodig omdat het licht erg fel is.
Gebruik altijd 'el'
Net zoals we in het Nederlands 'de zon' zeggen, moet je in het Spaans bijna altijd 'el sol' zeggen. Het is zeldzaam om 'sol' los te zien staan. Bijvoorbeeld: 'El sol es una estrella' (De zon is een ster).
Zon versus Hitte
Fout: “Om te zeggen 'Het is erg heet', zou een leerling kunnen zeggen: 'Hace mucho sol.'”
Correctie: De beste manier is: 'Hace mucho calor.' Hoewel 'Hace sol' betekent 'Het is zonnig', is het woord voor het gevoel van warmte 'calor'. Gebruik 'calor' voor temperatuur en 'sol' voor de zon zelf of het licht ervan.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.