Hoe zeg je "zweed" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “zweed” is “sueco” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
nounA1
een persoon uit Zweden

Voorbeelden
El sueco suena muy melódico.
Zweeds klinkt erg melodisch.
Había un sueco en mi clase de español.
Er zat een Zweed in mijn Spaanse les.
Ella está aprendiendo sueco para mudarse allí.
Ze leert Zweeds om erheen te verhuizen.
Talen zijn mannelijk
Wanneer 'sueco' naar de taal verwijst, gebruikt het altijd 'el' (de) en verandert het nooit naar 'sueca'.
Zweedse persoon vs. Zweedse klomp
Fout: “Me compré un sueco de madera.”
Correctie: Me compré un zueco de madera. ('Sueco' is een persoon; 'zueco' met een Z is een houten klomp.)
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.